Eén op de vijf vrouwen en één op de zeven mannen krijgt op latere leeftijd te maken met een vorm van dementie. “Het verschil zit erin dat mannen minder oud worden,” vertelt Martine Heruer, projectleider van het Expertisecentrum Dementie ZHN. Kanker en multiple sclerose (MS) zijn ziekten die openlijk besproken worden, maar op dementie rust een taboe. Wereld Alzheimer Dag op 21 september probeert daar verandering in te brengen.
door Hans Schuurman
Een gedempt applaus stijgt op in de Stadhuisfoyer, waar mantelzorgers een theatervoorstelling aangeboden krijgen. De voorstelling maakt veel bij hen los, dat is van de gezichten af te lezen. Een enkeling pinkt een traantje weg. Hun gedachten zijn bij een geliefde of bekende die zij bijstaan.
De acteur van de eenmansvoorstelling verbeeldt een getormenteerde man met dementie die opstandig wordt omdat veel in het leven hem ontglipt. Als de bakelieten telefoon aan de muur rinkelt, neemt hij de hoorn van de haak, maar het geluid houdt aan. Even later in de act gooit hij zijn rinkelende mobieltje woedend in de prullenmand.
Niet minder, maar anders
“Ik ben mantelzorger van een dierbare vriend met voortschrijdende dementie met wie ik al jaren optrek. We gaan uit eten, bezoeken concerten, delen onze belangstelling voor een sport en discussieerden over politiek,” vertelt Maria Nieuwenhuis. En worden uw contacten minder? Nieuwenhuis: “Nee, niet minder, maar anders.” Nog even waardevol als voorheen, maar langzamer. Die verandering is met name merkbaar in zijn digitale vaardigheden: computer, telefoon, DigiD etc..
“Soms belt hij mij gefrustreerd op met vragen over zijn computer of telefoon en dan geef ik hem rustig uitleg. Ik ga ook met hem mee naar afspraken met artsen en ziekenhuizen”.
Vergeetachtigheid
“Als mensen zich een naam of wat ze gisteren hebben gegeten niet herinneren, slaat de angst voor beginnende dementie hen soms om het hart,” vertelt dag organisator Heruer na de voorstelling. Vergeetachtigheid hoort bij elke leeftijd, daar hoef je je niet direct zorgen over te maken. Anders wordt het indien gewone dagelijkse handelingen die men altijd moeiteloos uitvoerde, opeens niet meer lukken (apraxie), aan- en uitkleden. Of wanneer iemand niet meer op woorden kan komen (afasie). De huisarts is dan de eerste om contact mee op te nemen voor een gesprek of een test. Ouderen blijven tegenwoordig langer thuis wonen, mede dankzij dagopvang in buurthuizen of intramurale ontmoetingscentra. Pas wanneer iemand een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving, komt een verhuizing naar een verpleeghuis in beeld.







