Zondag werd in Leiden het eerste muurgedicht in de Oekraïense taal onthuld. Burgemeester Heijkoop verrichtte samen met de plaatsvervangend ambassadeur van Oekraïne de officiële handeling. De Raadsherenbuurt liep uit voor dit evenement, om als eerste de zijmuur van Fagelstraat 50 te bewonderen. Het voelde als een warm bad voor de Oekraïense ontheemden die in deze buurt en in de personeelsflats van het Alrijne aan de Houtlaan wonen. Zij krijgen binnenkort een nieuw onderkomen in de Merenwijk.
Anatolie Rykberg (links op de foto) is de initiatiefnemer van het project. Hij wilde hiermee een blijvende herinnering geven aan de wijk en de dankbaarheid van zijn volk tot uitdrukking brengen. Naast Rykberg staat Marianne Reijnhoudt, aanjager van deze en vele andere activiteiten om de circa 120 Oekraïners in haar wijk zich thuis te laten voelen.
Vraag je iemand wat er precies op de muur staat, dan krijg je telkens een ander antwoord. Maar de onderliggende boodschap van het sprookje is steeds dezelfde: “Hoop”. Het is een volksgedichtje uit 1919, een periode waarin Rusland Oekraïne ook onderdrukte. Het gaat over een zwaluw, een voorbode van betere tijden. De zwaluw roept naar iedereen die het maar horen wil dat voorspoed en welvaart in aantocht zijn. Tot slot wordt het Oekraïense volkslied gezongen: “De glorie van Oekraïne is nog niet vergaan, evenmin haar vrijheid.”







