Leiden telde op 1 januari 2025 ruim 130.000 inwoners die vertegenwoordigd worden door 39 raadsleden. Hoe staat die vertegenwoordiging van dit hoogste gemeentelijk bestuursorgaan er op driekwart van haar zittingstermijn voor? Is zij (nog) een getrouwe afspiegeling van de ‘stem des volks’?
door Hans Schuurman
In de Leidse gemeenteraad zitten begin van dit jaar 10 politieke partijen. GroenLinks (10 met zetels ); D66 (6), VVD (5); PvdA (4); Partij voor de Dieren (4); Partij Sleutelstad (3); Studenten voor Leiden (2); CDA (2); SP (2) en Christen Unie (1). Hun taak is de emoties en opvattingen van inwoners te vertolken, besluiten te nemen vanuit het algemeen belang én het College van B&W controleren.
Met iets meer mannen (20) dan vrouwen (19) is de man/vrouw verhouding in de raad best op orde.
Drie raadsleden met niet westerse migratie roots is ietje mager voor ca. 10% van onze bevolking.
Leiden is een studentenstad en de bewoners in de leeftijd 18 tot 39 jaar vormen de 40% van de bevolking maar zij leveren 27 raadsleden, bijna driekwart van de raad. Uit de leeftijdscategorie 65 jaar en ouder ongeveer een 1/3 van de bevolking, komen 2 raadsleden. Jongeren zijn sterk oververtegenwoordigd maar ouderen bijna onzichtbaar.
In Leiden wonen 18% laag -; 34% middelbaar – en 48% hoger opgeleiden. Academisch en HBO niveau is sterk oververtegenwoordigd in de raad.
Het aantal jonge raadsleden houdt vast verband met de werkbelasting vanwege vergaderen tot in nachtelijke uurtjes. Zo laat vergaderen is ook hun keuze, dat doen zij liever dan een nieuwe vergaderdatum afspreken.
De werkbelasting voor raadswerk vergt wekelijk 20 uur voor vergaderen, stukken lezen en overleggen etc. Daar komen de nodige uren voor partij activiteiten, geschat op 10 uur nog bij. Een raadslid krijgt maandelijks een vergoeding van €2.142 die hen in staat moet stellen parttime te werken.
Na een zittingsperiode stoppen veel raadsleden, blijkt uit cijfers, hetgeen de continuïteit niet ten goede komt. Van de 39 raadsleden die deze zittingsperiode begonnen in 2022 waren er 25 nieuwelingen. Tussentijds traden er 7 terug leden terug inde raadsperiode met diverse goede redenen. Een bewonderenswaardig laag aantal, hetgeen op loyaliteit duidt.
De onevenredige verhouding van leeftijd, opleidingsniveau, migratie achtergrond kan de gemeente niet verweten worden. Het zijn de (grotere) politieke partijen die bij de kandidaat volgorde daar te weinig rekening mee houden. Het weerwoord daarop van raadsleden: Je hoeft niet afkomstig te zijn uit een bepaalde doelgroep om toch alle Leidenaren adequaat te kunnen vertegenwoordigen.







