Universiteit in vakantietijd open voor publiek

Ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van de Leidse universiteit konden alle Leidenaren eens een kijkje binnen het academiegebouw aan het Rapenburg. Robin Storm, tweedejaars student geschiedenis, is onze gids.

Het is genoegzaam bekend dat de Prins van Oranje Leiden een universiteit schonk, de eerste in de Nederlanden, als dank voor haar heldhaftig verzet in de Tachtigjarige Oorlog. Maar de stad moest daar wel eerst voor kwalificeren, vertelt onze rondleider. Een universiteit kan niet zonder knappe koppen, maar ook een schermschool was nodig en een hortus plus goede accommodatie. Met dat laatste had het gemeentebestuur de minste moeite: Tijdens de Reformatie, de felle strijd tussen katholieken en protestanten, had Leiden zich net de kloosterkerk van de Witte Nonnen, de Dominicanessen, toegeëigend.

Dit Academiegebouw is het oudste gebouw van de universiteit en wordt tegenwoordig vooral gebruikt voor ceremoniële plechtigheden. De kerkelijke oorsprong is nog goed herkenbaar in het gebouw. In de belangrijkste ruimte het Groot-auditorium worden de afstudeer bijeenkomsten, oraties en promoties gehouden. Vanaf het preekgestoelte houdt een hoogleraar hier zijn oratie. Bij zijn bezoek aan de universiteit dacht de Amerikaanse president Bush sr. ook even hiervan af te spreken. “Maar dat ging mooi niet door”, vertelt onze gids. “Alleen hoogleraren hebben dat recht”. “Traditie is traditie”’.

De gebrandschilderde ramen dateren uit 1950. Links symboliserend de universiteit als bolwerk van de vrijheid. Met onder anderen professoren Telders en Cleveringa en de Big Ben. Alsmede verbeeldingen van de illegale pers en een Japanse en Duitse soldaat. In het rechterraam: Willem van Oranje, een geuzenschip, Franse en Spaanse soldaten, de bezetters. Henri Leferink kreeg voor zijn verdiensten voor de universiteit tijdens zijn burgemeesterschap in het Groot-auditorium een eigen zit plekje met zijn naam erop.

Op naar het ‘Zweetkamertje’, het bekendste vertrek van het academiegebouw. Hier moesten de kandidaten voor hun masterexamen wachten op de uitslag. Sinds honderden jaren zetten zij hun handtekening in nerveuze afwachting van de uitslag op de muren. Het stikt van de krabbels. “Je mag alleen met potlood schrijven, voor de vergankelijkheid, viltstiften zijn verboden”, vertelt de gids. De handtekeningen van leden van het koninklijk huis en Nelson Mandela en Winston Churchill die een eredoctoraat kregen, zijn afgedekt met een plaatje.

Vervolgens langs een kamer waar zo’n 700 toga’s op naam hangen, komen we bij de ruimte van de pedel, de ceremoniemeester. Hier staat de beroemde pedelstaf waarmee hij met een klap op de grond en uitroept:  “Hora Est” (Het is tijd), om de bijeenkomst te beëindigen. Binnensmonds mompelen de studenten dan stiekem: “Horeca Est”.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *