“Ik herinner me de intocht van de bevrijders, 80 jaar geleden, nog heel goed,” vertelt mevrouw Tiny Huijgens-Bontje (94).”Ik was een meisje van 14 en stond in de mensenmassa op de Plantage te wachten. ’s Avonds heb ik gedanst op ’t Gangetje op muziek die ik nooit eerder had gehoord.”
door Hans Schuurman
Op 8 mei 1945 rond half vijf, een paar uur later dan gepland, reed de militaire colonne van Canadezen en de Princes Irene Brigade via de Hoge Rijndijk Leiden binnen. “Een colonne van ongeveer 100 militairen, bestaande uit rupsvoertuigen, troepentransportvoertuigen en jeeps.” “Er zaten ook Hollandse vrouwen in de auto’s, ze hadden oranje strikken in hun haar”, weet de Tiny Bonje zich nog te herinneren.
“We hadden een moeilijk tijd gehad en net een heel strenge winter achter de rug”, vertelt zij. Als kind snap je niet ‘t helemaal maar er heerste een beklemmende sfeer in de stad vooral voelbaar in de laatst jaren van de bezetting. Huijgens staart zwijgzaam vol memories voor zich uit. Op de boekenplank naast haar een kaars met haar foto van na de bevrijding.
Angst en achterdocht
“Bang”, zegt ze als ze het woord herneemt, “toen we eens na acht uur s’ avonds nog op straat speelden, werd we beschoten door landwacht ter waarschuwing dat het ‘spertijd’ was. Gericht geschoten, want ik zag dat een kogel in een muur achter mij uiteenspatte”.
“Honger”, vervolg zij, “het rantsoen voor ieder van de zes personen van ons gezin was één boterham per maaltijd”. En als ik mijn boterham op had, veegde ik de kruimels die op mijn bord lagen bij elkaar om die als een balletje langzaam weg te kauwen. Met vader ging ik op ‘hongertochten’ langs boeren in Weipoort bij Zoeterwoude”.
“Koud, er was geen kolen te krijg voor de kachel in de winter 1944-’45. We stroopten het voormalige spoorlijntje van de Kooi af voor kooltjes. En met een kinderwagen liepen we naar de Burcht waar klein hout sprokkelden en die verstopten onder een dekentje. Want als de bezetter het hout vond, pikten ze ’t in”.
Huijgens : “Achterdocht en wantrouwen nestelde zich in ieders hoofd. Na de oorlog bleek onze buurman lid van de NSB was”.
“En dat was allemaal voorbij op 8 mei. Gehuild en gelachen van blijdschap. Gedanst op muziek die we nooit eerder gehoord hadden. Wij waren vrij!”







