Annejet van der Zijl presenteerde in Japanmuseum Siebold vorige week haar nieuwste boek ‘De Zwevende wereld’. “Het was hier aan het Rapenburg dat ik een paar jaar geleden op de tentoonstelling over Franz von Siebold (1796-1866) besloot dit boek te schrijven”, vertelt zij. Ik werd gefascineerd door het leven van deze ontdekkingsreiziger die als dokter in dienst van de VOC op het handelseilandje voor de Japanse kust in de 19de eeuw verbleef.
Tijdens Siebolds verblijf vaderde hij bij Otaksa, zijn maîtresse, een dochter Kusumuto Ine. Oine is in het Japan van heden ten dage een cultheldin van boeken tv-series en videogames. Het boek werd daarom een dubbelbiografie.
Ine was 3 jaar toen Siebold beschuldigd van spionage uit Japan werd verbannen. Terug in Nederland ontpopte hij zich als dé Japan kenner. Terwijl gelijktijdig zijn dochter, tredend in de voetsporen van haar vader, de eerste Japanse vrouwelijke arts werd. Na 30 jaar mocht Siebold naar Japan terugkeren en kon hij eindelijk zijn geliefde én zijn dochter in de armen sluiten. Hoe kijkt Van der Zijl zelf terug op dit bijzondere levensverhaal?
Happy end, Annejet? “Nou, nee”. “Witte negentiende-eeuwers worden altijd roemrijk beschreven door andere witte mannen. In mijn boek beschrijft een Aziatische vrouw haar vader lid van het ras dat zichzelf superieure achtte. En die beoordeling was niet zo gunstig, in hun ogen waren wij barbaren. Kusumuto Ine geniet in Japan bekendheid als een feministisch icoon







