Om de (binnen)stad beter bereikbaar en leefbaarder te maken, besloot de gemeente vijf jaar geleden tot de parkeermaatregelen 2020–2030. Halverwege kijkt het stadsbestuur wat ervan terecht is gekomen. “Het werkt”, zegt verkeerswethouder Ashley North enthousiast. Zijn geestdrift wordt niet getemperd door het feit dat deze ontwikkeling destijds werd ingezet door een VVD‑voorganger, terwijl hij als GroenLinks‑vertegenwoordiger tegen was.
door Hans Schuurman
Het opheffen van parkeerplekken in de stad haalde destijds regelmatig het nieuws. Maar wat is nu, vijf jaar later, het resultaat? Er zijn 139 parkeerplekken méér. In september 2019 telde de binnenstad 5.182 plekken; in april 2025 zijn dat er 5.321. Dit positieve saldo dankt de gemeente aan de nieuwe Lammermarktgarage (525 plekken) en de Garenmarktgarage (425 plekken). Maar zijn die 139 ook ‘beschikbare’ plekken, niet met een parkeervergunning toebedeeld? Want anders is het aantal parkeerplekken flink gedaald vergeleken met vijf jaar geleden.
En dat de gemeente aan deze dure garages failliet zou gaan, is (nog) niet uitgekomen. Met een bezettingsgraad van circa 40% is de exploitatie op orde, aldus North. Het winkelend publiek uit de regio mijdt de Leidse binnenstad niet, zoals destijds werd gevreesd, ondanks het forse parkeertarief van € 3,70 per uur.
Parkeerdruk
De parkeerdruk in de stadskern is op de drukste momenten van de week met 10% gedaald. De gemeente liet onderzoeken of bewoners eindeloos rondjes rijden op zoek naar een plek. “Dat blijkt niet uit het onderzoek”, zegt North. “Van de binnenstadbewoners zegt 30% dat zij meestal tot altijd in ‘de buurt’ van hun woning kunnen parkeren. Daarnaast meldt 46% dat ‘in de buurt’ ongeveer de helft van de tijd lukt.” Wat ‘in de buurt’ precies betekent, staat niet in de toelichting. Het onderzoek werd uitgevoerd door een extern bureau, dat gebruik maakte van de Stadsenquête, gesprekken met bewoners en interviews met belangenorganisaties.
Onderdanen of klanten?
Waarom is er dan toch zoveel kritiek op dit op het eerste gezicht positieve rapport? Weerstand zit vaak in de verandering, niet in het eindresultaat. In gesprekken klinkt echter geregeld door dat de gemeente haar auto bezittende en autorijdende inwoners ziet als onderdanen, niet als klanten. Niet meegedacht is vanuit het klantperspectief: mantelzorgers, bezoekers van verzorgingshuizen, leraren, zzp’ers met auto, de detailhandel, zij mopperen. In het rapport kondigt de gemeente aan nóg meer communicatiekanalen te openen voor uitleg. Gemeente, start zo’n contact eens met de beginzin: “Wat kunnen wij voor ú doen?”







