Herdenking ontruiming Joodsweeshuis

Marij van der Kroft (71) pinkte een traantje weg tijdens de herdenkingsplechtigheid vorige week bij het Joods Weeshuis aan de Roodenburgerstraat. Zij is de dochter van Betsey Wolff, die op 17 maart 1943 als enige ontsnapte aan het transport van de Leidse weeskinderen — een transport dat hen naar de gaskamers van nazi-Duitsland zou voeren.

Het was vooral het lied, gezongen door leerlingen van de St. Josephschool, dat haar diep raakte. De woorden werden haar te machtig: “Als de oorlog komt en als ik dan moet schuilen, als het nergens anders kan en als ik moet huilen, droog jij mijn tranen dan?”

“Op de avond van het transport van negenenvijftig kinderen en personeelsleden was mijn moeder even aangewipt om afscheid te nemen van de huisgenoten bij wie zij jarenlang had gewoond,” vertelt Van der Kroft. “Ze was nog maar heel kort opgenomen in het gezin van de familie Stoffel. De Leidse politie liet zich maar moeilijk overtuigen dat zij niet langer tot de weeskinderen behoorde.”

“Mijn moeder sprak nooit over de oorlog,” vervolgt ze. “Op de middelbare school moest ik een werkstuk schrijven. Omdat men wist dat ik een Joodse moeder had, kreeg ik de opdracht over de Holocaust te schrijven. Ik vroeg haar: ‘Hoe zat het nou precies met de Joden in de oorlog, mam?’ Dit is wat ze vertelde — één keer, en daarna nooit meer.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *