Rond locoburgemeester Wietske Veltman (D66) en de Poolse ambassadeur Margareta Kassangana, beiden in lichtgekleurde kleding, staan gedecoreerde Leidenaren in de Burgerzaal van het Stadhuis. Polen kende zeven onderscheidingen toe aan bestuursleden van de Stichting Stedenband Toruń en reikte daarnaast twaalf oorkondes uit aan Leidenaren die zich in de afgelopen bijna veertig jaar hadden ingezet voor Toruń.
Stedenbanden, ook wel jumelages genoemd, ontstonden na de Tweede Wereldoorlog om vriendschappelijke samenwerking te stimuleren. Later kwamen daar culturele uitwisseling, bestuurlijke ondersteuning, ontwikkelingssamenwerking en soms economische voordelen bij. De oorspronkelijke idealen — verzoening, solidariteit, ontwikkelingshulp — zijn tegenwoordig minder urgent, maar vriendschap en culturele uitwisseling bleven. Bij de start van de stedenband, precies 38 jaar geleden, bevond Polen zich midden in de vreedzame overgang van een communistische staat naar een democratie die aansluiting zocht bij het Westen. Leiden bracht het Westen dichtbij Toruń. Polen werd in 2004 lid van de EU.
Armoede
Dat Toruń en Leiden elkaar als tweelingsteden kozen, had goede redenen, aldus oud-wethouder Wilbert Hettinga. “Het zijn beide historische steden met een prestigieuze universiteit.” Als bouwondernemer zag Hettinga het verval van de stad, adviseerde hij in de bouw en hielp hij onder meer bij de restauratie van het eeuwenoude Poortgebouw. Gerard Telkamp, oud‑medewerker van Instituut Clingendael, bezocht Toruń vele malen en vertelde er over westerse verhoudingen. Bram Pater kwam tientallen keren in Toruń en vertelt dat hij ladingen fietsen meenam die hier toch verschroot zouden worden, maar in Polen een nieuw leven kregen.
“Wát een armoede”, zeggen de Toruń‑reizigers van het eerste uur. “Daar móét je toch gaan helpen.” De kosten van verblijf voor de Leidse vrijwilligers bleven beperkt doordat zij bij particulieren logeerden. Die gastvrijheid versterkte de vriendschapsbanden. Er ontstonden levenslange vriendschappen en zelfs een huwelijk.
Verjonging
“We moeten wel verjongen”, klinkt het zaterdagochtend in de Burgerzaal, waar de gemiddelde leeftijd rond de zeventig ligt. Maar landelijk loopt het aantal stedenbanden terug. Gemeenten kiezen tegenwoordig vaker voor flexibele internationale samenwerking zonder formele jumelage. De kosten, het smallere draagvlak en de afgenomen urgentie van traditionele doelen spelen daarbij een rol.







