Diogenes Leiden is een ideële stichting die verkrotte historische panden aankoopt, ze restaureert om vervolgens de aankoopsom en verbouwingskosten via huur terug te verdienen. Laurens Beijen was veertien jaar voorzitter van deze organisatie zonder winstoogmerk. Woensdag werd hij koninklijk onderscheiden.
door Hans Schuurman
Hij is een idealist als het gaat om het behoud van historische panden en eentje met een zakelijke inslag. Woensdag neemt hij afscheid. Tijdens zijn zittingsperiode veranderde Diogenes van een subsidie-afhankelijke organisatie in een stichting die stadsschoonheid verbetert én zich zelf bedruipt.
In de jaren zeventig was Leiden sterk verkrot: leegstaande fabriekscomplexen, gammele arbeiderswoningen, soms zelfs zonder rioolaansluiting en hoge werkloosheid. De binnenstad ging zichtbaar achteruit, hetgeen noodzaakte tot de omvangrijke stadsvernieuwing. Instorting van de industrie was de reden dat vrijwel alle grote Leidse fabrieken: metaalindustrie, textiel, conservenfabrieken en drukkerijen verdwenen. En in de zelfde periode was rond de Hogewoerd en Watersteeg een verkeersdoorbraak gepland voor betere doorstroming van het autoverkeer. Voor deze cityring werden heel wat panden gesloopt, de weg kwam er echter nooit.
Subsidies
Diogenes werd in 1973 opgericht. De eerste grote uitdaging was de restauratie van de vervallen panden Lokhorststraat 18, 20 en 22. Hiervoor moest rijkssubsidie worden aangevraagd. Met behulp hiervan en een zuinig beleid maakte Diogenes vervallen en/of verlaten panden met culturele of historische waarde weer bewoonbaar. Volgens de verhalen die indertijd de ronde deden, toog de Leidse bouwwethouder na kantoortijd met een stapel dossiers naar zijn socialistische partijgenoot op het ministerie, om ’s avonds terug te keren met een aktetas vol beloftes. Maar tijden veranderden: de Haagse subsidiepot droogde op en de politieke verhoudingen veranderden. De restauratie van historische Leidse panden lag vervolgens jarenlang stil.
Zelffinanciering
“Het omslagpunt richting zelffinanciering was rond 2014, bij de restauratie van Wijnkoperij Hogewoerd 59–61,” vertelt Beijen. Diogenes verbouwde dat pand tot zelfstandige appartementen en gefinancierd met gespaard geld en toekomstige huuropbrengsten”. “Er bestaat nog altijd veel belangstelling om in de binnenstad te wonen,” aldus Beijen. “We hebben wachtlijsten”. “En in vergelijking met commerciële ontwikkelaars kan Diogenes redelijke huurprijzen vragen, omdat wij, een afschrijvingsperiode van veertig jaar hanteren.” € 1,7 miljoen was de aankoopprijs plus restauratiekosten van een van het laatste Diogenes project Hogewoerd/Rijnstraat nu verbouwd tot twee appartementen. De Stichting Diogenes Leiden bezit inmiddels 36 gerestaureerde woningen en appartementen in de binnenstad.







